ECLI:NL:GHARL:2016:9416

Parkeren zonder parkeerschijf in combinatie met gehandicaptenparkeerkaart. Bij de stukken bevindt zich een door de verbalisant gemaakte foto waaruit blijkt dat een gehandicaptenparkeerkaart was geplaatst in het voertuig, zij het dat deze gedeeltelijk aan het zicht werd onttrokken door de parkeerschijf. Niettemin is het hof, gelet op het standpunt van de advocaat-generaal, van oordeel dat in dit geval aan de betrokkene een beroep toekomt op artikel 85, eerste lid, van het RVV 1990. Artikel 25 van het RVV 1990 was daarom op de betrokkene niet van toepassing, zodat niet op grond van die bepaling een sanctie aan de betrokkene kon worden opgelegd.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:9416” verder

ECLI:NL:GHARL:2016:2142

De gemachtigde voert aan dat geen sprake is geweest van parkeren maar van laden en lossen. Voor het hof is van belang dat de gemachtigde heeft verklaard dat de betrokkene de auto heeft laten stilstaan en de auto heeft verlaten om zich bij een winkelbedrijf te oriënteren op de aankoop van een stofzuiger, niet om een reeds gekochte stofzuiger op te halen, waarbij het hof nog in het midden laat of een stofzuiger een goed is van enig gewicht of omvang. Gelet op de verklaring van de verbalisant en hetgeen door de betrokkene is aangevoerd, stelt het hof vast dat het voertuig van de betrokkene gedurende enige tijd op de betreffende plaats heeft gestaan. Naar het oordeel van het hof is er sprake van parkeren in de zin van artikel 1, aanhef en onder ac, van het RVV 1990.
Naar het oordeel van het hof is genoegzaam aannemelijk geworden dat de gemachtigde beroepsmatig rechtsbijstand verleent. De omstandigheid dat hij dat in dit geval aan zijn meerderjarige, niet bij hem inwonende, dochter verleent, doet hieraan niet af. Naar het oordeel van het hof komen de gevraagde kosten voor zover gemaakt voor vergoeding in aanmerking.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:2142” verder