ECLI:NL:GHARL:2017:2793

Voor zover de betrokkene wel gehoord wilde worden, maar hiertoe geen verzoek heeft gedaan, omdat in de inleidende beschikking onvoldoende helder is dat de indiener hiertoe moet verzoeken, acht het hof het volgende. In het beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie is niet hierover geklaagd. Op geen van de zittingen is de betrokkene of gemachtigde verschenen. Eerst ter zitting van het hof is een beroep gedaan op schending van de hoorplicht. Het hof acht niet aannemelijk geworden dat om deze reden geen verzoek tot horen is gedaan.
Indien een bestuurder een geslotenverklaring inrijdt, mag van hem worden verlangd dat zijn reisdoel een concreet perceel betreft. Het uitlaten van honden is daartoe onvoldoende, omdat de wens tot het uitlaten van honden niet behelst dat de bestuurder gebonden is aan een concreet perceel.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2017:2793” verder

ECLI:NL:GHARL:2017:1569

De betrokkene kan niet als bestemmingsverkeer worden aangemerkt. Weliswaar was de betrokkene met drie kinderen op weg naar het, aan de overzijde van de brug gelegen, voetbalveld, maar dat voetbalveld was niet slechts via deze weg te bereiken. De omstandigheid dat de betrokkene ter plaatse niet bekend was en niet beschikte over navigatieapparatuur vormt niet een reden om de sanctie achterwege te laten of te matigen. De betrokkene had zich, voordat hij vertrok, kunnen oriënteren op de toegangswegen tot dat voetbalveld, dan wel ter plaatse de weg naar het voetbalveld kunnen vragen aan passanten of aan de verbalisanten die ter plaatse waren. Dat heeft hij echter niet gedaan en komt de onbekendheid met de situatie ter plaatse voor rekening van de betrokkene. De aanduiding dat bedrijven bereikbaar waren brengt niet mee dat de brug de enige toegangsweg tot het voetbalveld de Straatweg was. Immers, een voetbalveld kan niet worden aangemerkt als een bedrijf.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2017:1569” verder

ECLI:NL:GHARL:2016:1606

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C 12/20”. Het reisdoel van de betrokkene was haar woning, gelegen in de betreffende straat. De vraag die ter beoordeling voor ligt is of de betrokkene ten tijde van de gedraging behoorde tot het bestemmingsverkeer in de zin van artikel 1 van de RVV 1990. Het hof is van oordeel dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende basis biedt voor de vaststelling dat geen sprake was van bestemmingsverkeer. Gelet op de definitie van bestemmingsverkeer, is de uitleg van de verbalisant, dat het bord slechts laad- en/of losactiviteiten toestaat en dat het geen uitzondering maakt voor bewoners, te beperkt. Bij deze stand van zaken is derhalve onvoldoende komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:1606” verder