ECLI:NL:GHARL:2016:5382

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “Parkeren in strijd met parkeerverbod (bord E1) (al dan niet in zone)”. Namens de betrokkene wordt aangevoerd dat betrokkene heeft geparkeerd op een braakliggend terrein. Gelet op de stukken in het dossier, in het bijzonder de door de gemachtigde overgelegde foto’s en de toelichting die hij ter zitting heeft gegeven, stelt het hof vast dat het voertuig niet op de rijbaan stond geparkeerd, maar op een braakliggend terrein. Onder verwijzing naar het arrest van dit hof van 23 mei 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:3927) overweegt het hof dat het parkeerverbod aangegeven met verkeersbord E1 zich niet tot dit terrein uitstrekt. Dat is niet anders bij een parkeerverbodszone als bedoeld in artikel 66 van het RVV 1990.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:5382” verder

ECLI:NL:GHARL:2016:4962

Namens betrokkene wordt onder meer aangevoerd dat de betrokkene in de berm heeft geparkeerd en dat de parkeerverbodszone, slechts voor de rijbaan en niet voor de berm gelding heeft. Gelet op de foto’s en hetgeen namens betrokkene hierover is aangevoerd, stelt het hof vast dat het voertuig van de betrokkene niet op de rijbaan stond geparkeerd, maar in de berm. Onder verwijzing naar het arrest van dit hof van 23 mei 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:3927) overweegt het hof dat het parkeerverbod aangegeven met bord E1 als bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990 zich niet uitstrekt over de berm van de weg. Dat is niet anders bij een parkeerverbodszone als bedoeld in artikel 66 van het RVV 1990.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:4962” verder

ECLI:NL:GHARL:2016:4584

Gemachtigde voert aan dat betrokkene in de berm op een verhard gedeelte stond geparkeerd en dat het parkeerverbod, aangeduid met verkeersbord E1, slechts voor de rijbaan en niet voor de berm gelding heeft. Het hof stelt vast dat niet op de rijbaan stond geparkeerd, maar op de met grastegels bedekte en verharde berm. Onder verwijzing ECLI:NL:GHARL:2016:3927 overweegt het hof dat voor de uitleg van het begrip weg in de zin van artikel 65, tweede lid, van het RVV 1990 geen aansluiting bij het begrip weg als bedoeld in artikel 1, onder b van de WVW 1994 dient te worden gezocht en dat het parkeerverbod aangegeven met verkeersbord E1 zich niet uitstrekt over de berm van de weg.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:4584” verder

ECLI:NL:GHARL:2016:3927

Verkeersbord E1 (parkeerverbod) verbiedt niet het parkeren in de berm. Het voertuig was geparkeerd in de berm in een gebied waar verkeersbord E1 gold en dat ingevolge het Verdrag van Wenen inzake verkeerstekens (d.d. 8-11-1968) een verkeersbord slechts gelding kan hebben voor de rijbaan (carriageway), zodat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Aangezien de bepalingen uit het Verdrag voor de Wegenverkeerswet 1994 gaan, doet niet ter zake dat in de Wegenverkeerswet 1994 is bepaald dat de berm onderdeel van de weg is. De reikwijdte ervan is beperkt tot de rijbaan. De Nota van Toelichting op artikel 10 van het RVV 1990 en de beperking die het derde lid van artikel 65, derde lid, van het RVV 1990 aanbrengt op de reikwijdte van de gelding van de borden E1, E2 en E3 van de bijlage 1 van het RVV 1990 leiden tot de conclusie, dat het bord E1 niet verbiedt om in de berm te parkeren. Het hof zoekt voor de uitleg van het begrip weg in de zin van artikel 65 tweede lid van het RVV derhalve geen aansluiting bij het begrip weg als bedoeld in artikel 1, onder b van de WVW 1994.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:3927” verder

ECLI:NL:GHARL:2016:531

Sanctie ter zake van “als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken (bijv. laten stilstaan op een trottoir/voetpad etc.)”. Ten tijde van de gedraging stond het voertuig evenwijdig aan de rijbaan geparkeerd op grijze stoeptegels. De aan de linkerzijde van het voertuig gelegen rijbaan bestaat uit klinkers. Achter het voertuig gaat de bestrating door in grijze stoeptegels. Aan de rechterzijde van het voertuig bevindt zich een met dezelfde grijze stoeptegels bestrate brede ruimte, die zich uitstrekt tot aan de gevel van een daaraan gelegen pand. Het hof is van oordeel dat het met stoeptegels betegelde gedeelte naar zijn uiterlijke verschijningsvorm een trottoir is en daarom als zodanig moet worden beschouwd. Dat in de omgeving sprake zou zijn van een ratjetoe aan gebruikte materialen, zoals de gemachtigde stelt, maakt dit niet anders. Naar het oordeel van het hof is er geen sprake van bijzondere omstandigheden om van de vastgestelde tarieven af te wijken.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:531” verder

ECLI:NL:GHARL:2015:7245

Onterechte sanctie ter zake van “voertuig laten staan in een park, plantsoen of openbare beplantingen of groenstroken”. Het hof wordt gesteld voor de vraag of de locatie waar het voertuig van de betrokkene stond moet gelden als behorend tot de weg of dat inderdaad sprake is van een groenstrook. Op basis van de overgelegde foto’s van de locatie stelt het hof vast dat het een voor het openbaar verkeer openstaande weg betreft, die aan de desbetreffende zijde grenst aan een strook gras. De stelling van de officier van justitie, inhoudende dat de weg is afgescheiden door een verhoogde stoeprand, deelt het hof niet, aangezien uit de overgelegde foto’s is gebleken dat dit een opsluitband betreft. Nu de strook gras direct is gelegen aan de weg, doet deze zich naar het oordeel van het hof voor als een tot de weg behorende berm, zodat geen sprake is van een groenstrook, dan wel een park, plantsoen of openbare beplantingen.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2015:7245” verder

ECLI:NL:GHARL:2015:4731

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “voertuig laten stilstaan in een park, plantsoen of openbare beplantingen of groenstroken”. De APV geeft geen definitie van het begrip groenstrook. Bij de interpretatie van het begrip groenstrook moet mede te worden betrokken hetgeen onder berm wordt verstaan. Uit de Wegenverkeerswet en het RVV volgt dat, in bepaalde gevallen, de berm een weggedeelte is waar geparkeerd mag worden. Het hof heeft acht geslagen op de door de verbalisant overgelegde foto, op de foto uit het openbaar toegankelijke googlemaps, en op de betrokkene ter zitting van het hof getoonde foto’s. Op basis hiervan stelt het hof stelt vast dat in casu sprake is van een met gras bedekt terrein dat aan drie zijden wordt omgeven door een fietspad, een voetpad en een rijbaan en aan de vierde zijde door struiken. De groenvoorziening doet zich voor als drie bermen, grenzend aan respectievelijk het fietspad, het voetpad en de rijbaan, die bij elkaar komen. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat ter plaatse geen sprake is van een groenstrook.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2015:4731” verder