ECLI:NL:RVS:2010:BL7835

Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de artikelen 1 en 2 van de Wav blijkt dat diegene die een vreemdeling feitelijk arbeid laat verrichten vergunningplichtig werkgever is en dat deze werkgever te allen tijde verantwoordelijk is voor en aanspreekbaar op het al dan niet aanwezig zijn van de benodigde tewerkstellingsvergunning. Of sprake is van een arbeidsovereenkomst of gezagsverhouding is daarbij niet relevant. Het feit dat in opdracht of ten dienste van een werkgever arbeid wordt verricht is voor het feitelijk werkgeverschap reeds voldoende. Volgens de boeterapporten hebben de uitgevers het distributiebedrijf opdracht gegeven de door hen uitgegeven dagbladen te verspreiden. Uitgevers van dagbladen moeten worden aangemerkt als werkgever in de zin van de Wav ten aanzien van een bezorger van het door haar uitgegeven dagblad. De minister heeft in redelijkheid de in de beleidsregels opgenomen boetenormbedragen kunnen vaststellen, zodat hij deze bij de vaststelling van de hoogte van de boete als uitgangspunt dient te nemen.

“ECLI:NL:RVS:2010:BL7835” verder lezen