ECLI:NL:RVS:2014:4448

Bij besluit heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat hij geen dwangsom heeft verbeurd wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een door appellant ingediend verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob-verzoek).
Ingevolge artikel 6:20, vijfde lid, van de Awb kan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog gegrond worden verklaard, indien de indiener van het beroepschrift daarbij belang heeft.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen kan het bestuursorgaan niet krachtens 4:17, eerste lid, van de Awb een dwangsom verbeuren wegens het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit. De Afdeling overweegt dat in lijn met deze uitspraak moet worden geoordeeld dat ook geen dwangsom wordt verbeurd bij het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar tegen een dwangsombesluit.

“ECLI:NL:RVS:2014:4448” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7568

Op grond van artikel 7:4, vierde lid, van de Awb heeft een belanghebbende het recht op toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, is voor verkrijging van die stukken niet vereist dat een beroep op artikel 35 van de Wbp wordt gedaan. De minister heeft uit de verwijzing naar dat artikel derhalve evenmin een verzoek ingevolge dat artikel hoeven afleiden. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen levert een reactie van een bestuursorgaan op een verzoek van een belanghebbende om toezending van alle op een zaak betrekking hebbende stukken geen besluit op als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, nu die reactie deel uitmaakt van de procedure waarop die stukken betrekking hebben. Gelet hierop kan het verzoek van [wederpartij] niet worden aangemerkt als een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Het niet reageren op dit verzoek kan dientengevolge niet met een besluit worden gelijkgesteld.

“ECLI:NL:RVS:2013:BZ7568” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2010:BN5684

In de verzoeken van de wederpartij is aangegeven over welke op zijn ambtelijke rechtspositie en de voorbereiding van het ontslag betrekking hebbende stukken hij wenst te beschikken. De wederpartij heeft zich in die verzoeken niet beroepen op, noch verwezen naar de Wob. Het college had het verzoek van wederpartij niet mogen afdoen met toepassing van de Wob en had het bezwaar van wederpartij niet-ontvankelijk dienen te verklaren.
De uitspraak van de rechtbank is gedaan na 1 oktober 2009. Met die uitspraak is een nieuwe termijn gaan lopen waarbinnen het college diende te beslissen op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar. Wederpartij heeft het college in gebreke heeft gesteld en verzocht om vaststelling van de hoogte van de verbeurde dwangsom.

“ECLI:NL:RVS:2010:BN5684” verder lezen