ECLI:NL:GHARL:2016:42

Uit het dossier blijkt dat de kantonrechter op 8 februari heeft beslist en dat de beslissing op diezelfde dag zou zijn verzonden. Verder volgt op geen enkele wijze uit het dossier dat de beslissing daadwerkelijk aan de betrokkene is toegezonden. Het hof acht dit onvoldoende om aannemelijk te achten dat verzending heeft plaatsgevonden. Uit de stukken kan derhalve niet worden afgeleid dat (en zo ja wanneer) de beroepstermijn is aangevangen. Gelet daarop kan een termijnoverschrijding niet worden vastgesteld. Dat wordt niet anders doordat de betrokkene nadien nog stukken van het CJIB heeft ontvangen, zoals een betalingsoverzicht na beroep bij de kantonrechter van het CJIB en aanmaningen. Aan die omstandigheid komt niet hetzelfde rechtsgevolg toe als aan een (rechtsgeldige) verzending van de beslissing van de kantonrechter. Door toezending van het betalingsoverzicht na beroep bij de kantonrechter vangt niet een beroepstermijn aan.

“ECLI:NL:GHARL:2016:42” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2012:BY5083

Gedeeltelijke afwijzing Wob-verzoek appellant aan afdelingshoofd om toezending van stukken die betrekking hebben op een aan hem opgelegde naheffingsaanslag. Parkstad Limburg is een samenwerkingsverband tussen de gemeente Heerlen en zeven andere Limburgse gemeenten. Het is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam dat is ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het afdelingshoofd is bij besluit door het dagelijks bestuur van Parkstad Limburg aangewezen als gemeenteambtenaar, als bedoeld in de Gemeentewet. Het afdelingshoofd is een bestuursorgaan als bedoeld in de Awb. Het afdelingshoofd heeft uiteengezet dat aan de GBRD de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen ten behoeve van de gemeenten binnen het samenwerkingsverband Parkstad Limburg zijn opgedragen. In een dienstverleningsovereenkomst is vastgelegd op welke wijze de GBRD deze taken moet uitvoeren. Aangezien het afdelingshoofd zich bij de uitvoering van deze taken naar de opdracht van de betrokken gemeenten dient te richten, is hij een onder verantwoordelijkheid van deze gemeenten werkzaam bestuursorgaan, als bedoeld in de Wob. Het afdelingshoofd heeft zich terecht bevoegd geacht een besluit te nemen op het verzoek van appellant om openbaarmaking van de gevraagde stukken, die zich bij de GBRD bevinden. Dat het college, als het verantwoordelijke bestuursorgaan, eveneens op dat verzoek mocht beslissen, doet aan de bevoegdheid van het afdelingshoofd niet af.

“ECLI:NL:RVS:2012:BY5083” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2012:BX1061

Ingevolge de Flora- en faunawet zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet onder meer de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren belast. Door deze attributie van de toezichthoudende bevoegdheid zijn de toezichthouders op grond van de Awb weliswaar zelf een bestuursorgaan, maar werken zij in dit verband onder verantwoordelijkheid van het college. Dat de toezichthouders in dienst zijn van de provincie Gelderland laat deze verantwoordelijkheidsrelatie onverlet.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, verzetten de bepalingen van de Wob zich er niet tegen dat een bestuursorgaan, onder wiens verantwoordelijkheid een ander bestuursorgaan werkzaam is, bevoegd is om op een Wob-verzoek te beslissen, indien de informatie waarom is verzocht in documenten bij het ondergeschikte orgaan berust.

“ECLI:NL:RVS:2012:BX1061” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2012:BV2442

Indien het bestuursorgaan de verzending naar het juiste adres aannemelijk heeft gemaakt, ligt het vervolgens op de weg van de geadresseerde voormeld vermoeden te ontzenuwen. Hiertoe dient de geadresseerde feiten te stellen op grond waarvan de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld. De Belastingdienst heeft informatie verstrekt over de wijze waarop hij de besluiten omtrent aanvragen van zorgtoeslagen geautomatiseerd vaststelt, uitprint en per batch aan TNT Post ter verzending aanbiedt. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 35 van de Awir blijkt dat de achtergrond van de afwijking die in deze bepaling staat, de geautomatiseerde werkwijze bij de Belastingdienst is die erop neerkomt dat besluiten van de Belastingdienst veelal op een latere dag zijn gedateerd dan die waarop de feitelijke bekendmaking plaatsvindt.

“ECLI:NL:RVS:2012:BV2442” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2011:BR3196

De minister heeft een wob-verzoek met betrekking tot de inlijving van een familie in de Nederlandse adel gedeeltelijk afgewezen. De Hoge Raad van Adel is bij de Wet op de adeldom ingesteld en heeft de taak om de minister te adviseren over verzoeken tot verlening van adeldom. Het advies is is verzocht en uitgebracht in het kader van de uitoefening van die publieke taak. Nu de Hoge Raad van Adel het advies heeft uitgebracht in zijn hoedanigheid van adviescollege, kan hetgeen in dat advies is neergelegd niet worden aangemerkt als persoonlijke beleidsopvattingen. Artikel 11, eerste lid, van de Wob neergelegde bescherming van deze opvattingen is in dit geval dan ook niet aan de orde. Een bestuursorgaan dient, indien het weet dat bij een ander bestuursorgaan andere stukken berusten waarop het bij hem ingediende Wob-verzoek eveneens betrekking heeft, niet alleen zelf een besluit te nemen op dat verzoek, maar dat tevens door te zenden. In dit geval doet zich echter de situatie voor dat appellant reeds zelf een Wob-verzoek had ingediend bij de Hoge Raad van Adel. Onder deze omstandigheden bestond geen belang meer bij de doorzendplicht. In deze procedure is de redelijke termijn overschreden. Er zijn geen omstandigheden die deze overschrijding kunnen rechtvaardigen.

“ECLI:NL:RVS:2011:BR3196” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2011:BP4737

Bij besluit van 5 januari 2009 heeft de minister een verzoek van [verzoeker] om openbaarmaking van informatie gedeeltelijk afgewezen. Hoewel in beginsel per document of onderdeel daarvan moet worden gemotiveerd op welke grond openbaarmaking daarvan achterwege wordt gelaten, kan daarvan onder omstandigheden worden afgezien als dat zou leiden tot herhalingen die geen redelijk doel dienen. Dat afzien kan, indien meer dan één weigeringsgrond van toepassing is geacht op een document dat uit verschillende onderdelen bestaat, slechts indien voldoende kenbaar is welke weigeringsgrond op welk onderdeel ziet.

“ECLI:NL:RVS:2011:BP4737” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2010:BN5684

In de verzoeken van de wederpartij is aangegeven over welke op zijn ambtelijke rechtspositie en de voorbereiding van het ontslag betrekking hebbende stukken hij wenst te beschikken. De wederpartij heeft zich in die verzoeken niet beroepen op, noch verwezen naar de Wob. Het college had het verzoek van wederpartij niet mogen afdoen met toepassing van de Wob en had het bezwaar van wederpartij niet-ontvankelijk dienen te verklaren.
De uitspraak van de rechtbank is gedaan na 1 oktober 2009. Met die uitspraak is een nieuwe termijn gaan lopen waarbinnen het college diende te beslissen op het door [wederpartij] gemaakte bezwaar. Wederpartij heeft het college in gebreke heeft gesteld en verzocht om vaststelling van de hoogte van de verbeurde dwangsom.

“ECLI:NL:RVS:2010:BN5684” verder lezen

ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ3210

Het hof gaat om. Undue delay leidt niet langer tot vernietiging van de inleidende beschikking. Het hof zal voortaan volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden.

“ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ3210” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2008:BC6408

Het oordeel van de rechtbank brengt mee dat door indiening van een verzoek als bedoeld in artikel 22 van de Wjsg alsnog kan worden bereikt dat de toekenning van een sepotcode aan een inhoudelijke beoordeling in bezwaar en beroep kan worden onderworpen. Dit is in strijd met de strekking van artikel 1:6, aanhef en onder a, van de Awb. Met de minister is de Afdeling van oordeel dat hij bij de beslissing op een zodanig verzoek louter dient te beoordelen of de gegevens in het JDS overeenkomen met de justitiële of strafvorderlijke gegevens afkomstig van het OM. Hoewel de behandeling van de zaak in de bestuurlijke fase relatief lange tijd heeft geduurd, is de zaak door de rechtbank en de Afdeling wel met voortvarendheid behandeld, zodanig dat de duur van de totale procedure niet onaanvaardbaar is.

“ECLI:NL:RVS:2008:BC6408” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2008:BC3024

Na met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis te hebben genomen van de niet openbaar gemaakte stukken stelt de Afdeling vast dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het belang waarop de korpsbeheerder zich bij de niet openbaar gemaakte passages heeft beroepen, aan de orde is.
Vaststaat dat appellant om vergoeding van verletkosten heeft verzocht. Appellant, een freelance journalist, heeft zijn verzoek voldoende gespecificeerd door zijn uren toe te lichten en door een lijst met adviestarieven voor freelance journalisten over te leggen. Naar het oordeel van de Afdeling had de rechtbank hem daarom een vergoeding van € 53,09 x 3 uur moeten toekennen.

“ECLI:NL:RVS:2008:BC3024” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2007:BB4317

Het college van B&W heeft een bouwvergunning en vrijstelling verleend voor het uitbreiden van een garage/werkplaats. De luifel vormt een onverbrekelijk geheel met (de rest van) het gebouw. Het bouwplan dient derhalve als één geheel aan de maatstaven van de Woningwet te worden getoetst. Voorts bevindt de luifel zich buiten de bebouwingsstrook. Nu het bouwplan ook op dit punt in strijd is met het bestemmingsplan, had het college het besluit moeten herroepen en de aanvraag om bouwvergunning voor het bouwplan geheel moeten afwijzen of de bij besluit verleende bouwvergunning in stand moeten laten met verlening van vrijstelling voor zowel de overschrijding van het bebouwingsvlak aan de achterzijde van de garage als voor de overschrijding van de bebouwingsstrook aan de voorzijde van de garage. Een nadere memorie moet worden aangemerkt als een nader stuk als bedoeld in artikel 8:58, eerste lid, van de Awb. Het indienen van een dergelijk stuk is echter niet opgenomen als proceshandeling in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht en kan daarom geen betrekking hebben op de veroordeling in de kosten voor verlening van rechtsbijstand aan appellant in die zaak.

“ECLI:NL:RVS:2007:BB4317” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2005:AT7485

De Wob wijkt als algemene openbaarmakingsregeling voor bijzondere openbaarmakingsregelingen met een uitputtend karakter, neergelegd in wetten in formele zin. Zo’n regeling is uitputtend, indien zij ertoe strekt te voorkomen dat door toepassing van de Wob afbreuk zou worden gedaan aan de goede werking van materiële bepalingen in de bijzondere wet.
Ten aanzien van de documenten met betrekking tot de kwalificatie van de betrokken opsporingsambtenaar is overwogen dat deze gegevens bestuurlijke aangelegenheden zijn in de zin van de Wob

“ECLI:NL:RVS:2005:AT7485” verder lezen