ECLI:NL:GHARL:2015:3333

De betrokkene heeft administratief beroep ingesteld tegen de administratiekosten. Deze administratiekosten maken onderdeel uit van de beschikking waarbij aan de betrokkene een sanctie is opgelegd. Dit brengt mee dat de officier van justitie zich terecht bevoegd heeft geacht om van het geschil kennis te nemen en dat ook de kantonrechter, na het uitblijven van een beslissing op het beroep, zich bevoegd heeft geacht om een beslissing te nemen. In dit verband wijst het hof naar ECLI:NL:RVS:2013:BZ0722. Het hof is ter zake bevoegd. De omstandigheid dat de sanctie bij de kantonrechter geen onderwerp van geschil is geweest, doet daaraan niet af. Artikel 14, eerste lid, WAHV stelt die eis niet. Het hof heeft bij arrest ECLI:NL:GHARL:2013:2333 bepaald dat het hoger beroep ook betrekking kan hebben op geschillen met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van de dwangsom ingeval van niet-tijdig beslissen op een administratief beroep. In de ingebrekestelling komt het woord ‘ingebrekestelling’ niet voor, noch wordt de officier van justitie gemaand om op het administratief beroep te beslissen. De ingebrekestelling kan, gelet op de inhoud daarvan, niet als ingebrekestelling in de zin van artikel 4:17, derde lid, Awb worden aangemerkt.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2015:3333” verder

ECLI:NL:GHARL:2015:66

Er was administratief beroep ingesteld tegen de administratiekosten. De administratiekosten maken onderdeel uit van de aan het geschil ten grondslag liggende beschikking waarbij een sanctie is opgelegd. Dit brengt mee dat de officier van justitie zich terecht bevoegd heeft geacht om van het geschil kennis te nemen en dat ook de kantonrechter, nadat de betrokkene beroep had ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op het beroep, zich bevoegd heeft geacht om ter zake een beslissing te nemen. Gelet hierop valt de beslissing van de kantonrechter onder het bereik van artikel 14 van de WAHV en is het hof bevoegd. Het hof heeft in arrest ECLI:NL:GHARL:2013:2333 bepaald dat het hoger beroep ook betrekking kan hebben op een dwangsom of op een verzoek om een proceskostenvergoeding. Echter de mogelijkheid voor het hof om van een dergelijk geschil kennis te nemen is beperkt tot die zaken waarin de opgelegde sanctie na de beslissing van de kantonrechter meer bedraagt dan € 70,-. Dat is hier niet het geval. Dat de sanctie bij de kantonrechter geen onderwerp van geschil is geweest, doet daaraan niet af. Artikel 14, eerste lid, WAHV stelt die eis niet.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2015:66” verder

ECLI:NL:GHARL:2015:65

Er was administratief beroep ingesteld tegen de administratiekosten. De administratiekosten maken onderdeel uit van de aan het geschil ten grondslag liggende beschikking waarbij een sanctie is opgelegd. Dit brengt mee dat de officier van justitie zich terecht bevoegd heeft geacht om van het geschil kennis te nemen en dat ook de kantonrechter, nadat de betrokkene beroep had ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op het beroep, zich bevoegd heeft geacht om ter zake een beslissing te nemen. Gelet hierop valt de beslissing van de kantonrechter onder het bereik van artikel 14 van de WAHV en is het hof bevoegd. Het hof heeft in arrest ECLI:NL:GHARL:2013:2333 bepaald dat het hoger beroep ook betrekking kan hebben op een dwangsom of op een verzoek om een proceskostenvergoeding. Echter de mogelijkheid voor het hof om van een dergelijk geschil kennis te nemen is beperkt tot die zaken waarin de opgelegde sanctie na de beslissing van de kantonrechter meer bedraagt dan € 70,-. Dat is hier niet het geval. Dat de sanctie bij de kantonrechter geen onderwerp van geschil is geweest, doet daaraan niet af. Artikel 14, eerste lid, WAHV stelt die eis niet.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2015:65” verder

ECLI:NL:GHARL:2014:10249

De beslissing van de kantonrechter – op het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het administratief beroep tegen de oplegging van administratiekosten – valt onder het bereik van artikel 14 van de WAHV en het hof is ter zake bevoegd. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De mogelijkheid voor het hof om kennis te nemen van een geschil over de vaststelling van de hoogte van de dwangsom die door de officier van justitie in het kader van een WAHV-procedure is verbeurd, is beperkt tot zaken waarin de opgelegde sanctie meer bedraagt dan € 70,- (artikel 14, eerste lid, WAHV).

Lees “ECLI:NL:GHARL:2014:10249” verder

ECLI:NL:RVS:2014:4448

Bij besluit heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat hij geen dwangsom heeft verbeurd wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een door appellant ingediend verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob-verzoek).
Ingevolge artikel 6:20, vijfde lid, van de Awb kan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog gegrond worden verklaard, indien de indiener van het beroepschrift daarbij belang heeft.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen kan het bestuursorgaan niet krachtens 4:17, eerste lid, van de Awb een dwangsom verbeuren wegens het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit. De Afdeling overweegt dat in lijn met deze uitspraak moet worden geoordeeld dat ook geen dwangsom wordt verbeurd bij het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar tegen een dwangsombesluit.

Lees “ECLI:NL:RVS:2014:4448” verder

ECLI:NL:RVS:2014:1290

Uit de geschiedenis van wettelijke bepalingen volgt dat de ingebrekestelling is bedoeld om het bestuursorgaan aan te sporen om alsnog binnen een termijn van twee weken een besluit te nemen en aldus de dwangsomregeling als het ware te activeren. Er zijn echter geen aanknopingspunten dat de wetgever heeft beoogd om de ingebrekestelling om die reden aan te merken als een aanvraag in de zin van de Awb. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat onder deze omstandigheden het nemen van een dwangsombesluit geen beschikking op aanvraag in de zin van de Awb is en de staatssecretaris dientengevolge niet krachtens die bepaling een dwangsom kan verbeuren wegens het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit.
Het was aan appellanten om twee weken na die ingebrekestelling desgewenst bij de rechter beroep in te stellen.

Lees “ECLI:NL:RVS:2014:1290” verder

ECLI:NL:RVS:2013:BZ0722

Bij uitspraak van 23 december 2011 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door appellant ingestelde beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een beschikking tot vaststelling van een dwangsom door de officier van justitie. De rechtbank had ambtshalve moeten bezien of zij als algemene of bijzondere bestuursrechter bevoegd was van het beroepschrift kennis te nemen. De algemene bestuursrechter van de rechtbank was niet bevoegd van het beroep van appellant kennis te nemen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft dit niet tot gevolg dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard, aangezien de kantonrechter van die rechtbank als bijzondere bestuursrechter wordt aangemerkt als de Wahv van toepassing is.

Lees “ECLI:NL:RVS:2013:BZ0722” verder

ECLI:NL:RVS:2011:BP3711

Bij besluit van 16 december 2009 heeft het college een verzoek van [appellanten] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot een schapen- en rundveehouderij aan de Vissersweg (ongenummerd) te Appeltern, afgewezen.
Indien het bestuursorgaan prematuur in gebreke is gesteld en het vervolgens de verschuldigdheid van een dwangsom afwijst, is die afwijzing een besluit.

Lees “ECLI:NL:RVS:2011:BP3711” verder