ECLI:NL:GHARL:2016:8247

Het pro forma beroepschrift bevat een algemene ontkenning van de verweten gedraging. Verder wordt de rechtmatigheid van de gebruikte opsporingsmethode(n) betwist. Gelet hierop moet worden vastgesteld dat het beroepschrift, dat niet is aan te merken als pro forma beroepschrift, gronden bevat. Daarom bestond voor de officier van justitie niet de bevoegdheid om (na een herstel verzuim mogelijkheid) het beroep niet-ontvankelijk te verklaren in verband met het ontbreken van gronden.
Nu de op de zaak betrekking hebbende stukken op de voet van artikel 11, vierde lid, WAHV ter inzage zijn gelegd en in hoger beroep niet is verzocht om toezending daarvan, gaat het hof er van uit dat de gemachtigde van de betrokkene inmiddels over deze stukken beschikt, zodat hij in de gelegenheid is geweest om zijn bezwaren tegen de inleidende beschikking te formuleren.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:8247” verder

ECLI:NL:RVS:2014:4129

De in artikel 13, eerste lid, van Boek 3 van het BW neergelegde regel dat een bevoegdheid niet kan worden ingeroepen voor zover deze wordt misbruikt, vindt ingevolge artikel 15 van Boek 3 van het BW ook toepassing buiten het vermogensrecht. Voor het niet-ontvankelijk verklaren van een bij een rechter ingesteld rechtsmiddel wegens misbruik van recht zijn zwaarwichtige gronden vereist, aangezien met de niet-ontvankelijkverklaring de betrokkene in feite het recht op toegang tot de rechter wordt ontzegd.
Voor het procesgedrag kan geen andere plausibele verklaring worden gevonden dan het oogmerk om ten laste van de overheid dwangsommen en proceskostenvergoedingen te incasseren.

Lees “ECLI:NL:RVS:2014:4129” verder