ECLI:NL:RVS:2008:BG8313

Staatssecretaris heeft een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 2 Wav. Bij een besluit tot boeteoplegging is het in artikel 3:4 Awb neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter. In deze zaak bestaat geen grond voor het oordeel tot het volledig ontbreken of verminderde mate van verwijtbaarheid. De redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden, indien de duur van de totale procedure onredelijk lang is. Voorts heeft voor de beslechting van het geschil in eerste aanleg als uitgangspunt te gelden dat deze niet binnen een redelijke termijn geschiedt, indien de rechtbank niet binnen twee jaar uitspraak doet.

“ECLI:NL:RVS:2008:BG8313” verder lezen