ECLI:NL:GHARL:2015:2945

Het beroep was enkel gericht tegen de wettelijke verhoging. De betrokkene heeft de sanctie betaald, maar niet de administratiekosten. Naar aanleiding daarvan is volgens hem de verhoging toegepast. Gelet op het bedrag van de administratiekosten acht de betrokkene de verhoging van € 104,- buitenproportioneel. Om die reden heeft hij daartegen beroep ingesteld. Nu de betrokkene in elke fase van de procedure telkens uitdrukkelijk heeft verklaard dat het ingestelde beroep zich richtte tegen de toegepaste verhoging en de WAHV daarin niet voorziet, had de officier van justitie het beroep op die grond niet-ontvankelijk dienen te verklaren. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond heeft verklaard. Het hof zal die beslissing bevestigen met verbetering van de gronden.
Uit de stukken van het dossier blijkt dat het bedrag van de sanctie binnen de termijn is ontvangen. Vervolgens is een verhoging toegepast. Het hof heeft in het arrest van 1 april 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2564 (gedateerd), geoordeeld dat de officier van justitie aan de op die datum geldende bepalingen bij of krachtens de WAHV noch aan enige andere wettelijke bepaling de bevoegdheid kon ontlenen om het ontvangen bedrag van de administratieve sanctie eerst in mindering te brengen op de verschuldigde administratiekosten en daarna op het bedrag van de sanctie.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2015:2945” verder

ECLI:NL:GHARL:2014:2564

De verhoging van rechtswege (artikel 23, tweede lid, van de WAHV) vindt alleen plaats als de sanctie niet tijdig volledig wordt betaald. Als (alleen) het bedrag van de administratiekosten niet tijdig is voldaan, rechtvaardigt dat dus geen verhoging. Daarbij heeft de officier van justitie niet de bevoegdheid het betaalde bedrag eerst in mindering brengen op de administratiekosten. Er is geen (wettelijke) grondslag waaraan hij de bevoegdheid tot een dergelijke wijze van toerekening kan ontlenen. Ook artikel 6:44 van het BW biedt hem die bevoegdheid niet.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2014:2564” verder

ECLI:NL:GHARL:2014:2564

De verhoging van rechtswege (artikel 23, tweede lid, van de WAHV) vindt alleen plaats als de sanctie niet tijdig volledig wordt betaald. Als (alleen) het bedrag van de administratiekosten niet tijdig is voldaan, rechtvaardigt dat dus geen verhoging. Daarbij heeft de officier van justitie niet de bevoegdheid het betaalde bedrag eerst in mindering brengen op de administratiekosten. Er is geen (wettelijke) grondslag waaraan hij de bevoegdheid tot een dergelijke wijze van toerekening kan ontlenen. Ook artikel 6:44 van het BW biedt hem die bevoegdheid niet.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2014:2564” verder

ECLI:NL:GHLEE:2012:BW8480

Bij de invoering van de Wet van 12 juni 2009, waarin het wettelijk kader is geschapen voor het in rekening brengen van administratiekosten bij administratieve sancties, is geen wijziging aangebracht in de bepalingen van de WAHV betreffende het instellen van beroep. Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet dat de wetgever heeft willen uitsluiten dat het in rekening brengen van de administratiekosten in beroep kan worden aangevochten.
Ingevolge artikel 22, tweede lid, van de WAHV worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften gegeven omtrent de inning van de administratieve sanctie en hebben deze voorschriften in ieder geval betrekking op de plaats en wijze van betaling van de administratieve sanctie, de administratiekosten, de verantwoording van de ontvangen geldbedragen, alsmede op de kosten van verhaal, de invorderingskosten daaronder begrepen. Naar het oordeel van het hof berust het samen met de administratieve sanctie in rekening brengen van administratiekosten op een deugdelijke wettelijke grondslag. Niet gebleken is dat de Regeling van de Staatssecretaris van Justitie, houdende vaststelling van de administratiekosten, de door de wet gestelde grenzen overschrijdt.

Lees “ECLI:NL:GHLEE:2012:BW8480” verder

ECLI:NL:RBAMS:2012:BV6243

De wetgever hanteert als uitgangspunt dat de kosten van de handhaving van de wettelijke bepalingen waarin enige gedraging met een straf is gesanctioneerd, ten laste van de Staat komen. Op dit uitgangspunt kan voor de administratiekosten als bedoeld in de WAHV (Wet administratief rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften) geen uitzondering gemaakt worden.

Lees “ECLI:NL:RBAMS:2012:BV6243” verder