ECLI:NL:GHARL:2016:4584

Gemachtigde voert aan dat betrokkene in de berm op een verhard gedeelte stond geparkeerd en dat het parkeerverbod, aangeduid met verkeersbord E1, slechts voor de rijbaan en niet voor de berm gelding heeft. Het hof stelt vast dat niet op de rijbaan stond geparkeerd, maar op de met grastegels bedekte en verharde berm. Onder verwijzing ECLI:NL:GHARL:2016:3927 overweegt het hof dat voor de uitleg van het begrip weg in de zin van artikel 65, tweede lid, van het RVV 1990 geen aansluiting bij het begrip weg als bedoeld in artikel 1, onder b van de WVW 1994 dient te worden gezocht en dat het parkeerverbod aangegeven met verkeersbord E1 zich niet uitstrekt over de berm van de weg.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:4584” verder

ECLI:NL:GHARL:2016:3927

Verkeersbord E1 (parkeerverbod) verbiedt niet het parkeren in de berm. Het voertuig was geparkeerd in de berm in een gebied waar verkeersbord E1 gold en dat ingevolge het Verdrag van Wenen inzake verkeerstekens (d.d. 8-11-1968) een verkeersbord slechts gelding kan hebben voor de rijbaan (carriageway), zodat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Aangezien de bepalingen uit het Verdrag voor de Wegenverkeerswet 1994 gaan, doet niet ter zake dat in de Wegenverkeerswet 1994 is bepaald dat de berm onderdeel van de weg is. De reikwijdte ervan is beperkt tot de rijbaan. De Nota van Toelichting op artikel 10 van het RVV 1990 en de beperking die het derde lid van artikel 65, derde lid, van het RVV 1990 aanbrengt op de reikwijdte van de gelding van de borden E1, E2 en E3 van de bijlage 1 van het RVV 1990 leiden tot de conclusie, dat het bord E1 niet verbiedt om in de berm te parkeren. Het hof zoekt voor de uitleg van het begrip weg in de zin van artikel 65 tweede lid van het RVV derhalve geen aansluiting bij het begrip weg als bedoeld in artikel 1, onder b van de WVW 1994.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:3927” verder

ECLI:NL:GHARL:2016:3076

De betrokkene voert aan dat de gedraging is verricht op privéterrein. Het betrof parkeerplaats P3 van Schiphol, welke parkeerplaats is afgesloten met een slagboom. Beslissend voor de vraag of het terrein als een voor het openbaar verkeer openstaande weg dient te worden aangemerkt, is echter de vraag of dit ten tijde van de gedraging feitelijk voor het openbaar verkeer openstond. Daarvoor zijn mede van belang de verdere feitelijke omstandigheden zoals of door de rechthebbende wordt geduld dat het algemene verkeer gebruik maakt van dat terrein. Gesteld noch gebleken is dat de rechthebbende zich op kenbare wijze, bijvoorbeeld door de borden “verboden toegang” en “eigen weg”, het recht heeft voorbehouden en de feitelijke mogelijkheid heeft geschapen om desgewenst weggebruikers de toegang te ontzeggen. Het hof leidt uit hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd af, dat de slagbomen uitsluitend zijn geplaatst met het oog op de heffing van het parkeergeld en dat zij geenszins de functie hebben om bepaalde weggebruikers de toegang te ontzeggen.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2016:3076” verder

ECLI:NL:GHARL:2015:9705

Aan de betrokkene is een sanctie opgelegd ter zake van “als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken (bijv. laten stilstaan op een trottoir/voetpad etc.)”. Het voertuig stond gedeeltelijk in het parkeervak geparkeerd en gedeeltelijk (met de voorwielen) in de daarnaast gelegen groen. De plaats waar was geparkeerd kan niet worden aangemerkt als een rijbaan, maar ook niet als een trottoir. Deze plaats dient te worden aangemerkt als een ander weggedeelte, niet zijnde een voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of ruiterpad, zoals omschreven in artikel 10, eerste lid RVV. De verbalisant heeft wellicht de bedoeling gehad de betrokkene te verbaliseren voor de gedraging behorend bij feitcode R406: “een voertuig doen of laten staan in een park of plantsoen, op openbare beplantingen of groenstroken” hetgeen, zo ergens, in een plaatselijke verordening is strafbaar gesteld. Het hof zal in de onderhavige zaak niet tot wijziging van de feitcode overgaan. Het hof is van oordeel dat wijziging van de feitcode – gelet op de fase van het geding – in strijd zal komen met de beginselen van een behoorlijke procesorde.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2015:9705” verder

ECLI:NL:GHARL:2015:7245

Onterechte sanctie ter zake van “voertuig laten staan in een park, plantsoen of openbare beplantingen of groenstroken”. Het hof wordt gesteld voor de vraag of de locatie waar het voertuig van de betrokkene stond moet gelden als behorend tot de weg of dat inderdaad sprake is van een groenstrook. Op basis van de overgelegde foto’s van de locatie stelt het hof vast dat het een voor het openbaar verkeer openstaande weg betreft, die aan de desbetreffende zijde grenst aan een strook gras. De stelling van de officier van justitie, inhoudende dat de weg is afgescheiden door een verhoogde stoeprand, deelt het hof niet, aangezien uit de overgelegde foto’s is gebleken dat dit een opsluitband betreft. Nu de strook gras direct is gelegen aan de weg, doet deze zich naar het oordeel van het hof voor als een tot de weg behorende berm, zodat geen sprake is van een groenstrook, dan wel een park, plantsoen of openbare beplantingen.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2015:7245” verder

ECLI:NL:GHARL:2015:4731

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “voertuig laten stilstaan in een park, plantsoen of openbare beplantingen of groenstroken”. De APV geeft geen definitie van het begrip groenstrook. Bij de interpretatie van het begrip groenstrook moet mede te worden betrokken hetgeen onder berm wordt verstaan. Uit de Wegenverkeerswet en het RVV volgt dat, in bepaalde gevallen, de berm een weggedeelte is waar geparkeerd mag worden. Het hof heeft acht geslagen op de door de verbalisant overgelegde foto, op de foto uit het openbaar toegankelijke googlemaps, en op de betrokkene ter zitting van het hof getoonde foto’s. Op basis hiervan stelt het hof stelt vast dat in casu sprake is van een met gras bedekt terrein dat aan drie zijden wordt omgeven door een fietspad, een voetpad en een rijbaan en aan de vierde zijde door struiken. De groenvoorziening doet zich voor als drie bermen, grenzend aan respectievelijk het fietspad, het voetpad en de rijbaan, die bij elkaar komen. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat ter plaatse geen sprake is van een groenstrook.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2015:4731” verder

ECLI:NL:GHARL:2014:7750

Parkeren in strijd met APV of artikel 10 RVV 1990? Sanctie ter zake van feitcode R406: “voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken.” Dit betreft een overtreding van de APV. De betrokkene voert aan dat sprake was van een berm en dat parkeren daar was toegestaan. Uit de artikelen 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 10 van het RVV 1990 volgt dat, tenzij sprake is van een auto(snel)weg, de berm een weggedeelte is waar geparkeerd mag worden. Het hof stelt vast dat de betreffende grasstrook zich voordoet als een tot de weg behorende berm. Sanctie ten onrechte opgelegd.

Lees “ECLI:NL:GHARL:2014:7750” verder

ECLI:NL:HR:2001:AA9494

Voor de beantwoording van de vraag of een particulier terrein als een voor het openbaar verkeer openstaande weg als bedoeld in art. 1 WVW 1994 moet worden aangemerkt, is beslissend of het terrein feitelijk voor het openbaar verkeer openstaat; daarvoor zijn van belang de feitelijke omstandigheden, zoals of door de rechthebbende(n) wordt geduld dat het algemene verkeer gebruik maakt van het terrein.
Bij de toegang tot het parkeerterrein waar de verdachte heeft gereden, staan niet alleen borden “verboden toegang” en “eigen weg”, maar kennelijk ook dat het terrein feitelijk is afgesloten met een slagboom en dat degene die toegang wenst te verkrijgen zich via een bel moet melden omdat de rechthebbende wil weten wie het is die om toegang vraagt. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat met toestemming van of door gedogen van de rechthebbende het parkeerterrein een voor het openbaar verkeer openstaande weg is, nu de rechthebbende zich op kenbare wijze het recht heeft voorbehouden en de feitelijke mogelijkheid heeft geschapen om desgewenst weggebruikers de toegang te ontzeggen.

Lees “ECLI:NL:HR:2001:AA9494” verder