ECLI:NL:GHLEE:2008:BG1169

Officiersappel: kan een sanctie worden opgelegd aan een v.o.f.?
Ja. Indien een kenteken ten name van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid in het kentekenregister staat ingeschreven, dan dient de administratieve sanctie ingevolge artikel 5 WAHV aan die vennootschap als kentekenhouder te worden opgelegd. Dezelfde opvatting blijkt uit het arrest van de Hoge Raad van 15 maart 1994. Voor zover uit dit arrest volgt, dat aan een handelsnaam geen sanctie kan worden opgelegd, blijkt eenduidig dat met een handelsnaam niet gelijk gesteld kan worden een v.o.f.. Volgt vernietiging beslissing kantonrechter en terugwijzing naar rechtbank.

Uitspraak

WAHV 108.004.027
8 augustus 2008
CJIB 49103790403
Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank [woonplaats]
van 29 november 2007
betreffende
[betrokkene].
(hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [adres],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],
wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De gemachtigde van betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. De kantonrechter heeft het beroep gegrond verklaard omdat in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) een sanctie niet kan worden opgelegd aan een handelsnaam doch enkel aan natuurlijke en rechtspersonen.

3.2. De officier van justitie voert aan dat artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat strafbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke en door rechtspersonen. In lid 3 van genoemd artikel wordt voor de toepassing met de rechtspersoon gelijkgesteld: de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, de maatschap, de rederij en het doelvermogen. Het Openbaar Ministerie hanteert bij de beoordeling van beroepen ingevolge de WAHV als uitgangspunt een analoge toepassing van genoemd wetsartikel en is van mening dat aan een vennootschap onder firma een sanctie kan worden opgelegd. Een vennootschap onder firma is meer dan alleen een handelsnaam. Zij is een economische entiteit, zij kan in het burgerlijk recht als procespartij optreden, zowel eisend als verwerend, zij kan dat ook in het bestuursrecht, terwijl zij ook voorwerp van strafrechtelijk optreden kan zijn. Een vennootschap onder firma kan in het kentekenregister als kentekenhouder worden opgenomen en kan zelfs een gemachtigde voor haar laten optreden.

3.3. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

3.4. Artikel 5 WAHV bepaalt – voor zover hier van belang – dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Indien een kenteken ten name van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid in het kentekenregister staat ingeschreven, dan dient de administratieve sanctie ingevolge artikel 5 WAHV aan die vennootschap als kentekenhouder te worden opgelegd.

3.5. Dezelfde opvatting blijkt uit het arrest van de Hoge Raad van 15 maart 1994, (340-93-V). De conclusie dat uit dit arrest zou volgen, dat een sanctie niet aan een “handelsnaam (vennootschap onder firma)” zou kunnen worden opgelegd, is onjuist. In genoemd arrest wordt – integendeel – het door een vennootschap onder firma ingestelde beroep in cassatie verworpen.

De Hoge Raad overweegt: “Opmerking verdient nog het volgende. Blijkens het zaakoverzicht van het CJIB, dat zich bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt, is de administratieve sanctie opgelegd aan de vennootschap onder firma (vof) [naam]. Bij genoemde stukken bevindt zich niet (een afschrift van) de aan de betrokkene gezonden beschikking waarbij deze sanctie is opgelegd, maar ook al zou daarop de aanduiding “vof” hebben ontbroken, dan brengt dit – anders dan de betrokkene [die overigens, zoals blijkt uit het beroepschrift, zelf deze aanduiding op haar briefhoofd ook weglaat] kennelijk meent – niet mee dat de sanctie aan “een handelsnaam” is opgelegd.” Voor zover uit dit arrest volgt, dat aan een handelsnaam geen sanctie kan worden opgelegd blijkt eenduidig, dat met een handelsnaam niet gelijk gesteld kan worden een vennootschap onder firma (vgl. ook: Hof Leeuwarden 14 februari 2008, WAHV 07/01654, www. rechtspraak.nl, ECLI:NL:GHLEE:2008:BD0008).

3.6. Op grond van het bovenstaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen. De officier van justitie heeft in zijn beroepschrift verzocht de zaak terug te wijzen naar de rechtbank.

3.7. Nu door de kantonrechter geen inhoudelijk oordeel is gegeven zal het hof – in afwijking van het bepaalde in artikel 20d, eerste lid WAHV – de zaak terugwijzen naar de rechtbank teneinde de zaak te beoordelen en daarover te beslissen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

  • vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Roermond ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Weenink en Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.