ECLI:NL:GHARL:2017:1486

Dat de kantonrechter een toe te passen bepaling buiten toepassing heeft gelaten door niet op zijn verzoek om proceskostenvergoeding in te gaan, komt er in de kern op neer dat de kantonrechter een onjuiste beslissing heeft genomen door geen proceskostenvergoeding toe te kennen. Het is vaste jurisprudentie van dit hof dat de omstandigheid dat de kantonrechter een onjuiste beslissing heeft genomen, geen grond kan vormen voor doorbreking van het appelverbod. De omstandigheid dat de beslissing van de kantonrechter verband zou houden met het buiten toepassing laten van een bepaling vormt -en in zoverre komt het hof terug op eerder arrest van het hof- geen grond om de wet terzijde te schuiven en de zaak ondanks het in de wet opgenomen verbod te behandelen.

Uitspraak

WAHV 200.167.266
21 februari 2017
CJIB 180158480

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden

Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland
van 9 februari 2015
betreffende
[betrokkene] h.o.d.n. [X] Autoverhuur (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [vestigingsplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],
gevestigd te [vestigingsplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing vernietigd en het beroep gegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Artikel 14 van de WAHV bepaalt in welke gevallen hoger beroep van de beslissing van de kantonrechter openstaat bij het hof. Voor zover hier van belang kan ingevolge het bepaalde in artikel 14, eerste lid, WAHV tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-.

2. De kantonrechter heeft de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Gelet op de overwegingen van de kantonrechter is bedoeld het beroep tegen de inleidende beschikking. Dat de kantonrechter de inleidende beschikking, waarbij de sanctie is opgelegd, niet eveneens vernietigd heeft moet, in het licht hiervan, worden beschouwd als een kennelijke omissie. Het hof zal het dictum in zoverre verbeterd lezen. Gelet hierop moet, met partijen, worden vastgesteld dat geen sanctie meer resteert.

3. De kantonrechter heeft niet beslist op het verzoek van de gemachtigde om vergoeding van de proceskosten. Nu daarom wel was verzocht moet de beslissing van de kantonrechter aldus worden verstaan dat hij het verzoek heeft afgewezen.

4. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter ten onrechte niet is ingegaan op zijn verzoek tot vergoeding van de proceskosten. Hiermee heeft de kantonrechter artikel 13a van de WAHV buiten toepassing gelaten, hetgeen – zo begrijpt het hof – doorbreking van het appelverbod met zich moet brengen. De gemachtigde wijst in dit verband op het arrest van het hof Leeuwarden van 16 april 2008 (WAHV 07/01502, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2008:BD5648).

5. Het betoog van de gemachtigde, dat de kantonrechter een toe te passen bepaling buiten toepassing heeft gelaten door niet op zijn verzoek om proceskostenvergoeding in te gaan, komt er in de kern op neer dat de kantonrechter een onjuiste beslissing heeft genomen door geen proceskostenvergoeding toe te kennen. Het is vaste jurisprudentie van dit hof dat de omstandigheid dat de kantonrechter -in de visie van de partij die hoger beroep instelt- een onjuiste beslissing heeft genomen, geen grond kan vormen voor doorbreking van het appelverbod. De omstandigheid dat de beslissing van de kantonrechter verband zou houden met het buiten toepassing laten van een bepaling vormt -en in zoverre komt het hof terug op het door de gemachtigde genoemde arrest van het hof- geen grond om de wet terzijde te schuiven en de zaak ondanks het in de wet opgenomen verbod te behandelen.

6. Gelet hierop dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

7. Nu de gemachtigde niet in het gelijk wordt gesteld, wordt het verzoek tot vergoeding van kosten afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:

  • verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
  • wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schuijlenburg, Beswerda en De Witt in tegenwoordigheid van mr. Vlieger-Dijkstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Eén gedachte over “ECLI:NL:GHARL:2017:1486”

  1. Het was vaste jurisprudentie van het hof dat ten aanzien van de beslissing van de kantonrechter met betrekking tot de kosten in de fase van het administratief beroep noch op grond van de WAHV noch op grond van enige andere wettelijke regeling hoger beroep openstaat (zie arrest 16 april 2008, ECLI:NL:GHLEE:2008:BD5648). Voorheen kon de betrokkene klagen dat de kantonrechter artikel 13a WAHV, zoals dit luidt vanaf 12 maart 2002, buiten toepassing heeft gelaten. Dit bracht mee, dat de betrokkene, hoewel artikel 14 WAHV niet in hoger beroep voorziet, toch daarin moet worden ontvangen. Op dit laatste punt komt het hof terug.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *