ECLI:NL:GHARL:2016:3156

Betrokkene heeft een (bedrijfsmatige) huurovereenkomst overlegd, onder meer inhoudende de personalia van de huurder, de huurtermijn en de ondertekening. De officier van justitie heeft gesteld dat door het ontbreken van de geboortedatum en -plaats, de beschikking niet aan de juiste persoon kan worden opgelegd. De wet noch de wetsgeschiedenis bieden een aanknopingspunt voor de beoordeling van de vraag welke gegevens van de huurder moet worden vermeld in de, in artikel 8, aanhef en onder b, WAHV bedoelde, huurovereenkomst. Het hof overweegt dat de strekking van dit artikel meebrengt dat de huurder voldoende identificeerbaar dient te zijn teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de administratieve sanctie op te leggen aan de huurder van het morrijtuig. Het hof is van oordeel dat in de huurovereenkomst voldoende gegevens van de huurder zijn opgenomen. Door te stellen dat een geboortedatum- en plaats van de huurder moet zijn opgenomen miskend dat wet noch parlementaire geschiedenis een dergelijk vereiste stellen.

Uitspraak

WAHV 200.168.108
20 april 2016
CJIB 176453338
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden

Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Limburg
van 26 februari 2015
betreffende
[autoverhuurbedrijf] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats],
vertegenwoordigd door [naam].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 116,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto) wegen buiten bebouwde kom, met 12 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 29 augustus 2013 om 17.49 uur op de Provinciale weg N281 te Heerlen met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigd. Hiertoe heeft de kantonrechter – zakelijk weergegeven – overwogen dat de betrokkene middels overlegging van een (bedrijfsmatige) huurovereenkomst, onder meer inhoudende de personalia van de huurder, de huurtermijn alsmede de ondertekening van deze huurovereenkomst, voldaan aan hetgeen daaromtrent in artikel 8 WAHV is bepaald.

3. De officier van justitie kan zich met de door de kantonrechter gegeven beslissing niet verenigen en heeft daartegen hoger beroep ingesteld. Hiertoe is aangevoerd dat de betrokkene een huurcontract heeft overgelegd waarin als contractant is vermeld [contractant], adres [adres], woonplaats [woonplaats]. Tevens is in het huurcontract als chauffeur vermeld [chauffeur]. Bij het huurcontract werd vervolgens een kopie van het rijbewijs van de [chauffeur] overgelegd. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting gesteld dat door het ontbreken van de geboortedatum en -plaats, de beschikking niet aan de juiste persoon kan worden opgelegd. Gelet hierop stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de betrokkene ten onrechte een beroep doet op artikel 8 van de WAHV, aangezien onvoldoende gegevens van de contractant dan wel de chauffeur in het huurcontract zijn opgenomen.

4. Artikel 8, aanhef en onder b, WAHV luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

“De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was”.

5. De betrokkene heeft naar aanleiding van de inleidende beschikking een afschrift van de huurovereenkomst en een kopie van een rijbewijs overgelegd. Uit het afschrift van de huurovereenkomst blijkt dat het voertuig met het kenteken [kenteken] in de periode van 29 augustus 2013 tot 18 september 2013 was verhuurd aan [contractant], [adres], [woonplaats]. Blijkens de kopie van het rijbewijs is het voertuig op 29 augustus 2013 afgehaald door [chauffeur], geboren op [geboortedatum]. De betrokkene heeft in dit verband aangevoerd dat de [chauffeur] het voertuig kwam afhalen dat door de [contractant] was gereserveerd. Bij het afhalen van het voertuig wordt gevraagd naar een legitimatiebewijs of rijbewijs van de persoon die het voertuig komt afhalen, zijnde de bestuurder van het voertuig. Het komt regelmatig voor dat de persoon die het voertuig komt afhalen iemand anders is dan degene die het voertuig vooraf heeft gereserveerd.

6. Uit de overlegde huurovereenkomst blijkt dat de betrokkene het voertuig met voormeld kenteken ten tijde van de gedraging had verhuurd. De vraag die ter beoordeling voor ligt is of deze huurovereenkomst is aan te merken als een bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst in de zin van voormeld artikel 8 WAHV.

7. De wet noch de wetsgeschiedenis bieden een aanknopingspunt voor de beoordeling van de vraag welke gegevens van de huurder moet worden vermeld in de, in artikel 8, aanhef en onder b, WAHV bedoelde, huurovereenkomst. Het hof overweegt dat de strekking van artikel 8, onder, b, van de WAHV meebrengt dat de huurder voldoende identificeerbaar dient te zijn teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de administratieve sanctie op te leggen aan de huurder van het morrijtuig. Het hof is van oordeel dat de in de door de betrokkene overgelegde huurovereenkomst voldoende gegevens van de huurder zijn opgenomen. Het hof betrekt daarbij de omstandigheid dat in de huurovereenkomst de naam en het adres van de huurder is vermeld. Door te stellen dat in de huurovereenkomst een geboortedatum- en plaats van de huurder moet zijn opgenomen om een beroep op artikel 8 aanhef en onder b, van de WAHV te doen slagen heeft de officier van justitie miskend dat wet noch parlementaire geschiedenis een dergelijk vereiste stellen.

8. De kantonrechter heeft de beslissing van de officier van justitie en de inleidende sanctiebeschikking terecht vernietigd. Het hof zal de bestreden beslissing daarom bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

  • bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *