ECLI:NL:GHARL:2016:220

Uit het dossier blijkt niet dat partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze op een openbare zitting toe te lichten. Artikel 12, eerste lid, van de WAHV is geschonden. Gelet hierop is er grond voor doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV. Het hof is van oordeel dat, wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV is gewettigd. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor kan sprake zijn indien een partij niet behoorlijk is opgeroepen om te worden gehoord en de rechter niettemin een beslissing in de zaak van die partij neemt. Het hof zal op grond van artikel 20d, eerste lid, WAHV doen wat de kantonrechter had behoren te doen en daartoe de betrokkene in de gelegenheid stellen te worden gehoord door de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

Uitspraak

WAHV 200.152.600
15 januari 2016
CJIB 170009812
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden

Tussenarrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Limburg
van 16 april 2014
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt M.J.M. Bergers,
gevestigd te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het verzoek van de betrokkene om vergoeding van proceskosten afgewezen.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Uit de stukken van het geding blijkt het volgende. De officier van justitie heeft het namens de betrokkene ingestelde beroep tegen de inleidende beschikking bij beslissing d.d. 24 september 2013 gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd. Voorts heeft de officier van justitie de betrokkene bij schrijven d.d. 16 september 2013 bericht dat het verzoek tot vergoeding van kosten is afgewezen. De gemachtigde heeft namens de betrokkene bij brief d.d. 16 oktober 2013 beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van de justitie om geen kostenvergoeding toe te kennen. Bij beslissing van 16 april 2014 heeft de kantonrechter – onder verwijzing naar artikel 13a WAHV – het verzoek om vergoeding van proceskosten afgewezen.

2. Artikel 14 WAHV bepaalt in welke gevallen hoger beroep van de uitspraak van de kantonrechter openstaat bij het hof. Voor zover hier van belang bepaalt het eerste lid van dit artikel dat degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld alsmede de officier van justitie tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep kunnen instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tenzij de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing niet meer bedraagt dan € 70,-. In de onderhavige zaak is de sanctie in de fase van het administratief beroep reeds door de officier van justitie ongedaan gemaakt. Op grond hiervan dient het hoger beroep in beginsel niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3. De gemachtigde beklaagt zich er in hoger beroep over dat de kantonrechter op het beroep heeft beslist zonder de gemachtigde en de betrokkene in de gelegenheid te stellen het beroep ter zitting toe te lichten, hetgeen een schending van het beginsel van hoor en wederhoor oplevert. De gemachtigde stelt zich op het standpunt – zo begrijpt het hof – dat met doorbreking van het appelverbod het hoger beroep toch ontvankelijk moet worden geacht.

4. Het hof is van oordeel dat, wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV is gewettigd. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor kan sprake zijn indien een partij niet behoorlijk is opgeroepen om te worden gehoord en de rechter niettemin een beslissing in de zaak van die partij neemt.

5. Artikel 12, eerste lid, van de WAHV luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

"De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen.".

6. Uit het dossier blijkt niet dat partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze op een openbare zitting toe te lichten. Dat brengt mee dat artikel 12, eerste lid, van de WAHV is geschonden.

7. Gelet op het voorgaande is er grond voor doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV. Het hof zal op grond van artikel 20d, eerste lid, WAHV doen wat de kantonrechter had behoren te doen en daartoe de betrokkene in de gelegenheid stellen te worden gehoord door de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

8. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

Beslissing

Het gerechtshof:

  • bepaalt dat de zaak zal worden behandeld ter zitting van het hof;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *