ECLI:NL:GHARL:2015:9703

Betrokkene heeft een e-mailbericht aan de rechtbank heeft verzonden met als bijlage een document waarin zij hoger beroep aantekent tegen de beslissing van de kantonrechter. Ingevolge artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Het verzenden van een e-mail met bijlagen, voldoet niet aan het schriftelijkheidsvereiste. Bovendien kan bij verzending per e-mail niet worden voldaan aan de eis dat het beroepschrift wordt ondertekend. De griffier van de rechtbank heeft de betrokkene niet gewezen op de onjuiste wijze waarop zij hoger beroep wilde instellen en haar evenmin gelegenheid gegeven het verzuim te herstellen binnen een haar daartoe gestelde termijn. Het hof acht geen redenen aanwezig om de betrokkene in de gelegenheid te stellen het verzuim te herstellen. Daartoe acht het hof doorslaggevend dat ten tijde van de ontvangst van het e-mailbericht de termijn voor het instellen van hoger beroep was verstreken.

Uitspraak

WAHV 200.164.650
17 december 2015
CJIB 175658286

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden

Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel
van 16 december 2014
betreffende
A. Tekle (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [plaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft op 6 februari 2015 een e-mailbericht aan de rechtbank verzonden. De griffier van de rechtbank heeft het e-mailbericht als hoger beroepschrift aangemerkt.

Beoordeling

1. Het hof constateert dat de betrokkene op 6 februari 2015 een e-mailbericht aan de rechtbank heeft verzonden, welk e-mailbericht als hoger beroepschrift is aangemerkt door de griffier van de rechtbank. Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of het mogelijk is om via e-mail hoger beroep in te stellen. Het hof overweegt als volgt.

2. Ingevolge artikel 6:4, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschiedt het instellen van beroep bij een bestuursrechter door het indienen van een beroepschrift bij die rechter.

3. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de WAHV geschiedt het instellen van hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, in afwijking van artikel 6:4 van de Awb, door het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank van de kantonrechter tegen wiens beslissing het beroep is gericht.

4. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, van de Awb wordt het beroepschrift ondertekend en bevat het ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht;
d. de gronden van het beroep.

5. Ingevolge artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

6. Uit de hierboven aangehaalde wetsbepalingen volgt dat het instellen van hoger beroep bij het hof uitsluitend kan plaatsvinden door het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank van de kantonrechter tegen wiens beslissing het beroep is gericht. Het verzenden van een e-mail, zoals de betrokkene heeft gedaan, voldoet niet aan het schriftelijkheidsvereiste. Bovendien kan bij verzending per e-mail niet worden voldaan aan de eis dat het beroepschrift wordt ondertekend.

7. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de betrokkene door het verzenden van een e-mailbericht niet op juiste wijze hoger beroep heeft ingesteld.

8. Het hof acht geen redenen aanwezig om de betrokkene in de gelegenheid te stellen het verzuim bij het instellen van het hoger beroep te herstellen. Daartoe acht het hof doorslaggevend dat ten tijde van de ontvangst van het e-mailbericht van de betrokkene de termijn voor het instellen van hoger beroep was verstreken. De beslissing van de kantonrechter is op 16 december 2014 aan de betrokkene verzonden, zodat hij binnen zes weken daarna hoger beroep kon instellen. Gelet hierop zou, indien de betrokkene op 6 februari 2015 wel op de juiste wijze hoger beroep had ingesteld, ook geen sprake zijn geweest van een ontvankelijk hoger beroepschrift.

9. Gelet op het voorgaande beslist het hof als volgt.

Beslissing

Het gerechtshof:

  • verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mrs. Beswerda, van Schuijlenburg en De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

2 gedachten over “ECLI:NL:GHARL:2015:9703”

  1. Het e-mailbericht leidt in beginsel tot de conclusie dat (de gemachtigde van) de betrokkene door het verzenden van een e-mailbericht geen hoger beroep heeft ingesteld. Maar het hof houdt wel iedere verdere beslissing aan. Is er nu wel of geen hoger beroep ingesteld?

    Het hof heeft ervoor gekozen om dezelfde weg te bewandelen als in geval van een pro forma beroepschrift. Bij een pro forma beroepschrift is niet voldaan aan een van de eisen van artikel 6:5, eerste lid, van de Awb. Bij een pro forma beroepschrift ontbreken namelijk de gronden van het beroep (en krijgt de gemachtigde de gelegenheid het verzuim te herstellen). Bij een e-mailbericht is dit niet het geval, maar stelt het hof dat niet is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste, terwijl het schriftelijkheidsvereiste niet een van de eisen van artikel 6:5, eerste lid, van de Awb, is. In de aanhef van artikel 6:5, eerste lid, van de Awb is wel opgenomen dat het bezwaar- of beroepschrift moet worden ondertekend, maar niet dat het een originele handtekening moet zijn.

    Van Dale zegt het volgende over het woord ‘origineel’
    ori·gi·neel (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)
    1. oorspronkelijk, onvervalst
    2. uit iem. zelf voortkomend, niet van iem. anders afgekeken
    3. met originele ideeën enz.: een originele kerel

    Op grond van deze definitie lijkt het mij dat een een (in kleur) ingescand beroepschrift, voorzien van een originele handtekening, gezet met blauwe pen, volgens de wet voldoende zou moeten zijn. Het hof oordeelt hier anders over.

    ECLI:NL:GHARL:2016:1613
    Ten behoeve van de gemachtigde merkt het hof op dat niet voldoende is, dat als bijlage bij de e-mail dezelfde tekst als in de e-mail is gevoegd die wel is voorzien van een handtekening. Nu het gaat om een bijlage bij een e-mail is er geen sprake van een schriftelijk beroep met een originele handtekening, zoals vereist. Ook een e-mail met als bijlage een scan of foto van een ondertekend beroepschrift voldoet niet aan de eis dat schriftelijk beroep moet worden ingesteld (ECLI:NL:GHARL:2016:1613).

  2. Zie ook ECLI:NL:GHARL:2015:9698
    Betrokkene heeft binnen de beroepstermijn een e-mailbericht aan de rechtbank heeft verzonden met als bijlage een document waarin zij hoger beroep aantekent tegen de beslissing van de kantonrechter. Ingevolge artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Het verzenden van een e-mail met bijlagen, voldoet niet aan het schriftelijkheidsvereiste. Bovendien kan bij verzending per e-mail niet worden voldaan aan de eis dat het beroepschrift wordt ondertekend. De griffier van de rechtbank heeft de betrokkene niet gewezen op de onjuiste wijze waarop zij hoger beroep wilde instellen en haar evenmin gelegenheid gegeven het verzuim te herstellen binnen een haar daartoe gestelde termijn. Naar het oordeel van het hof dient de betrokkene alsnog in de gelegenheid te worden gesteld haar verzuim bij het instellen van hoger beroep te herstellen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *