ECLI:NL:GHARL:2015:7224

Het hof begrijpt dat de bestuurder is staandegehouden terzake van de snelheidsovertreding verricht op de Epenerbaan. Voorts is de bestuurder tijdens die staandehouding aangesproken op de – even daarvoor geconstateerde – snelheidsovertreding verricht op de Julianstraat. De snelheidsovertredingen, welke gepleegd zijn op de Julianastraat werden fotografisch vastgelegd en op kenteken afgehandeld. De verbalisant die de lasergun bediende op de Epenerbaan constateerde eveneens een snelheidsoverschrijding. Bij de staandehouding van deze bestuurder is de snelheidsovertreding gemeten met de lasergun gepardonneerd. De snelheidsovertreding gepleegd op de Julianastraat te Epen is gewoon doorgegaan. Nu de verbalisant de bestuurder op deze gedraging heeft aangesproken, heeft zich een reële mogelijkheid tot staandehouding voorgedaan. Dit betekent dat ten onrechte toepassing is gegeven aan artikel 5 WAHV door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Om die reden kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.

Uitspraak

WAHV 200.142.866
25 september 2015
CJIB 161656767
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden

Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Limburg
van 23 januari 2014
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts,
kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De griffier van het hof heeft de advocaat-generaal verzocht om aanvullende informatie.

Na ontvangst van de aanvullende informatie, is de gemachtigde van de betrokkene in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. De gemachtigde van de betrokkene heeft een reactie gegeven op de aanvullende informatie.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 262,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 27 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 28 april 2012 om 14.45 uur op de Julianastraat te Eperheide met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. In hoger beroep heeft de gemachtigde onder meer aangevoerd dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd. Nu er sprake was van een reële mogelijkheid tot staandehouding, had de sanctie aan de bestuurder opgelegd dienen te worden. De gemachtigde heeft daartoe het volgende naar voren gebracht. Ten tijde van de gedraging reed de bestuurder van voornoemd voertuig op de Julianastraat te Eperheide. Daar werd een grote politiecontrole gehouden en alle bestuurders werden aan de kant gezet. Nadat de verbalisant contact had gehad met een commandopost deelde hij de bestuurder mee dat hij toegestane snelheid had overschreden. De bestuurder zou 80 km/h hebben gereden waar 60 km/h was toegestaan, aldus de verbalisant. Na ontvangst van de inleidende beschikking is gebleken dat de door de verbalisant verstrekte informatie aan de bestuurder niet juist is.

3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant houdt – voor zover hier van belang -onder meer het volgende in:

“De overtreding werd langs elektronische weg geconstateerd en vastgelegd. Door mij is waargenomen hetgeen langs elektronische weg is geconstateerd en vastgelegd. (…)

De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeetmiddel.

Gemeten (afgelezen) snelheid: 80 km/h
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 77 km/h
Toegestane snelheid: 50 km/h
Overschrijding met: 27 km/h”

4. In het dossier bevindt zich tevens een foto van de gedraging. Daarop is te zien dat het voertuig van de betrokkene ter plaatse rijdt met een gemeten snelheid van 80 km per uur.

5. Artikel 5 van de WAHV bepaalt – voor zover hier van belang – dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd. De rechter zal, indien de gedraging met toepassing van artikel 5 van de WAHV is opgelegd, zoals in dezen het geval, in het algemeen – dus ook zonder dat dat met zoveel woorden uit het dossier blijkt – ervan mogen uitgaan dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Ingeval dienaangaande een verweer wordt gevoerd, zal de rechter daarop een uitdrukkelijke beslissing dienen te geven en zal hij zonodig aan de verbalisant een nadere toelichting dienen te vragen (HR 14 maart 2000, VR 2000, 148, ECLI:NL:HR:2000:ZD8040, niet gepubliceerd).

6. Gelet op hetgeen de gemachtigde gedurende de procedure heeft aangevoerd, is bij het hof de vraag gerezen of zich in onderhavige zaak een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Derhalve heeft de griffier van het hof de advocaat-generaal verzocht om aanvullende informatie. In het opgemaakte proces-verbaal d.d. 10 augustus 2015 verklaart de verbalisant als volgt, voor zover hier van belang:

"Ik, verbalisant Zinken, stond op 28 april 2012 omstreeks 14.40 uur met een radarvoertuig op de Julianastraat te Epen, alwaar een maximumsnelheid geldt van 50 kilometer per uur. De Julianastraat is gelegen binnen de bebouwde kom van Epen, binnen de gemeente Epen. De snelheidsovertredingen, welke gepleegd zijn op de Julianastraat werden fotografisch vastgelegd en op kenteken afgehandeld.

Verder werden er nog andere verkeerscontroles gehouden die dag, waaronder een snelheidscontrole die werd gehouden op de Epenerbaan buiten de bebouwde kom van Epen, binnen de gemeente Vaals. Op de Epenerbaan geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Bij deze snelheidscontrole werd gebruik gemaakt van een lasergun waarbij overtreders van de maximumsnelheid werden staandegehouden.

Ik gaf die dag de overtredingsgegevens door aan de collega's op de Epenerbaan zodat deze bestuurders aldaar aangesproken konden worden op hun snelheid, welke gemeten was op de Julianastraat te Epen. (…).

Op 28 april 2012, om 14.45 uur, heb ik geconstateerd dat de bestuurder van een motorfiets, voorzien van het kenteken MX-XH-08 de maximumsnelheid had overschreden op de Julianastraat te Epen met 27 kilometer per uur. De collega die de lasergun bediende op de Epenerbaan te Vaals constateerde eveneens een snelheidsoverschrijding bij de bestuurder van de motorfiets, voorzien van het kenteken [kenteken]. Bij de staandehouding van de hiervoor genoemde bestuurder is de snelheidsovertreding gemeten met de lasergun gepardonneerd. De snelheidsovertreding gepleegd op de Julianastraat te Epen is gewoon doorgegaan. (…)."

7. Het hof begrijpt uit het voorgaande dat de bestuurder van het motorvoertuig met het kenteken [kenteken] is staandegehouden terzake van de snelheidsovertreding verricht op de Epenerbaan. Voorts is de bestuurder tijdens die staandehouding aangesproken op de – even daarvoor geconstateerde – snelheidsovertreding verricht op de Julianstraat. Nu de verbalisant de bestuurder op onderhavige gedraging heeft aangesproken, heeft zich een reële mogelijkheid tot staandehouding voorgedaan. Dit betekent dat de verbalisant ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 5 WAHV door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Om die reden kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.

8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en die beslissing alsmede de inleidende beschikking vernietigen. Gelet hierop hoeven de overige door de gemachtigde aangedragen argumenten geen bespreking meer.

9. Nu de betrokkene in het gelijk wordt gesteld is er aanleiding tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, bestaande uit de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: het indienen van een beroepschrift bij de officier van justitie, het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van een hoger beroepschrift en het indienen van een reactie op de aanvullende informatie. Aan het indienen van een beroepschrift dient één punt te worden toegekend en aan het indienen van een reactie op de aanvullende informatie een halve punt. De waarde per punt bedraagt € 487,- (voor beroepschriften ingediend voor 1 januari 2015 zoals te dezen het geval). Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 852,25 (3,5 x € 487,- x 0,5).

10. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, beslist het hof als volgt.

Beslissing

Het gerechtshof:

  • vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 19 oktober 2012, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 161656767 de administratieve sanctie is opgelegd;
  • bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de WAHV tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd;
  • veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 852,25.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *