ECLI:NL:GHARL:2015:706

De gemachtigde heeft in hoger beroep gesteld dat de Nederlandse wetgeving een proces-verbaal verlangt dat is opgemaakt door de beëdigd ambtenaar die de vermeende gedraging heeft geconstateerd. Dat proces-verbaal moet, aldus de gemachtigde, aan hem worden verstrekt. In het dossier bevindt zich het zaakoverzicht van het CJIB, waarin de ambtsedige verklaring van de bij deze zaak betrokken verbalisant is weergegeven. Die verklaring kan in WAHV-zaken een voldoende grondslag bieden voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Anders dan de gemachtigde kennelijk meent, is er geen rechtsregel die voorschrijft dat, naast de ambtsedige verklaring van de verbalisant die in het zaakoverzicht van het CJIB is weergegeven, een proces-verbaal met daarin bedoelde ambtsedige verklaring moet worden verstrekt. Deze stelling van de gemachtigde vindt derhalve geen steun in het recht.

Uitspraak

WAHV 200.145.809
20 januari 2015
CJIB 162596884

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden

Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant
van 25 februari 2014
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [plaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],
wonende te [plaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Nadat de zaak op 31 oktober 2014 voor onbepaalde tijd was aangehouden is deze behandeld ter zitting van 6 januari 2015. De betrokkene noch de gemachtigde van de betrokkene is ter zitting van het hof verschenen.

Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. K. van den Berg.

Na de sluiting van het onderzoek ter zitting, maar vóór de ter zitting aangezegde uitspraakdatum 20 januari 2015, heeft de gemachtigde een verzoek tot wraking van de voorzitter van de meervoudige kamer van het hof gedaan. Bij mondelinge uitspraak van 16 januari 2015 heeft de Wrakingskamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, het wrakingsverzoek afgewezen.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 125,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 16 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 22 juni 2012 om 08.04 uur op de Provincialeweg N663, Veerseweg te Veere met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De gemachtigde heeft in hoger beroep gesteld dat de Nederlandse wetgeving een proces-verbaal verlangt dat is opgemaakt door de beëdigd ambtenaar die de vermeende gedraging heeft geconstateerd. Dat proces-verbaal moet, aldus de gemachtigde, aan hem worden verstrekt.

3. In het dossier bevindt zich het zaakoverzicht van het CJIB, waarin de ambtsedige verklaring van de bij deze zaak betrokken verbalisant is weergegeven. Die verklaring kan in WAHV-zaken een voldoende grondslag bieden voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Anders dan de gemachtigde kennelijk meent, is er geen rechtsregel die voorschrijft dat, naast de ambtsedige verklaring van de verbalisant die in het zaakoverzicht van het CJIB is weergegeven – en waarvan de gemachtigde kennis had kunnen nemen, nu het dossier, met daarin het zaakoverzicht, ter inzage heeft gelegen ter griffie van de rechtbank en de gemachtigde daarvan in de oproeping voor de zitting van de kantonrechter op de hoogte is gebracht -, een proces-verbaal met daarin bedoelde ambtsedige verklaring moet worden verstrekt. Deze stelling van de gemachtigde vindt derhalve geen steun in het recht.

4. Hetgeen door de gemachtigde van de betrokkene – tevens bestuurder van voormeld voertuig ten tijde van de gedraging – gedurende de procedure verder is aangevoerd, strekt ertoe dat de regelgeving, waarop de hierboven genoemde administratieve sanctie is gebaseerd, niet zou mogen en moeten worden toegepast. De gemachtigde heeft daartoe uitvoerig toegelicht wat zijn visie is op – onder meer – de Nederlandse staatsinrichting en de rechtmatigheid en legitimiteit van het handelen van de Nederlandse overheid.

5. Het staat de rechter, gelet op artikel 11 van de Wet houdende algemene bepalingen, niet vrij om de innerlijke waarde van de wet te beoordelen. Het hof is voorts niet gebleken – hetgeen de gemachtigde heeft betoogd ten spijt – dat de regelgeving waarop de sanctie is gebaseerd niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepaling van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie.

6. De aangevoerde bezwaren kunnen derhalve niet leiden tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter. De beslissing zal dan ook worden bevestigd.

Beslissing

Het gerechtshof:

  • bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs. Beswerda, Sekeris en Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *