ECLI:NL:GHARL:2015:10020

De betrokkene stelt dat niet duidelijk was aangegeven dat het voor hem op een bepaalde plek verboden was om te parkeren en dat uit het betreffende bord E08a en het onderbord niet blijkt dat personenauto’s in het weekend daar niet mogen parkeren. De betrokkene heeft de bebording samen met zijn echtgenote uitgebreid bekeken, er over nagedacht en meenden dat de bebording betekent dat personenauto’s er altijd mogen staan en vrachtwagens en bussen alleen ’s avonds en in het weekend. De betrokkene merkt daarbij op dat deze interpretatie van de bebording temeer aannemelijk is, nu de parkeervakken ter plaatse zijn ingericht voor gewone auto’s en niet voor vrachtwagens en bussen. De omschrijving van het bord E8 luidt: “Parkeergelegenheid alleen bestemd voor de voertuigcategorie of groep voertuigen die op het bord is aangegeven”. Het bord duidt er dus op dat het voor andere voertuigen dan vrachtwagens en bussen niet is toegestaan om op die parkeerplaats te parkeren. Het onderbord geeft een nadere uitleg hiervan. Een andere uitleg kan hieraan volgens het hof niet worden gegeven.

Uitspraak

WAHV 200.160.240
30 december 2015
CJIB 169600415

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden

Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 24 september 2014
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 16 december 2015. De betrokkene is verschenen, bijgestaan door zijn echtgenote [echtgenote]. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. H. de Ruijter.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “Parkeren op parkeergelegenheid op dagen/uren waarop volgens onderbord verboden” (feitcode R397f), welke gedraging zou zijn verricht op 16 februari 2013 om 16:52 uur op de Curaçaostraat te Delft met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De betrokkene ontkent niet dat zijn voertuig op de onder 1 genoemde datum, tijd en plaats stond geparkeerd maar stelt dat niet duidelijk was aangegeven dat dit voor hem verboden was. Hij voert hiertoe aan dat uit het betreffende bord E08a en het onderbord niet blijkt dat personenauto’s in het weekend daar niet mogen parkeren. De betrokkene heeft het betreffende bord met het onderbord samen met zijn echtgenote uitgebreid bekeken en er over nagedacht en na ampel beraad meenden zij dat een en ander betekent dat personenauto’s er altijd mogen staan en vrachtwagens en bussen alleen ’s avonds en in het weekend. De betrokkene merkt daarbij op dat deze interpretatie van de bebording temeer aannemelijk is, nu de parkeervakken ter plaatse zijn ingericht voor gewone auto’s en niet voor vrachtwagens en bussen. Daarnaast speelde mee dat er al andere auto’s geparkeerd stonden.

3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt, zakelijk weergegeven, in dat de verbalisant heeft gezien dat op voormelde datum en tijd het voertuig met het kenteken [kenteken] stond geparkeerd op een parkeerplaats in de Curaçaostraat te Delft.

Verkeersbord E8 Parkeergelegenheid alleen bestemd voor de voertuigcategorie of groep voertuigen die op het bord is aangegeven
Verkeersbord E8 Parkeergelegenheid alleen bestemd voor de voertuigcategorie of groep voertuigen die op het bord is aangegeven

4. Uit de stukken van het dossier, waaronder de foto’s die de betrokkene heeft overgelegd, blijkt dat er bij die parkeerplaats een verkeersbord E8 van de bijlage 1 behorende bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) staat, met daarop een tekening van een vrachtwagen en een bus. Aan dit bord E8 is een onderbord bevestigd met de tekst: “uitgezonderd ma t/m vrij 6.30 – 18.00 h”.

5. De omschrijving van het bord E8 luidt: “Parkeergelegenheid alleen bestemd voor de voertuigcategorie of groep voertuigen die op het bord is aangegeven”. Het hiervoor beschreven bord E8 duidt er dus op dat het voor andere voertuigen dan vrachtwagens en bussen niet is toegestaan om op de betreffende parkeerplaats te parkeren (vgl. artikel 24 van het RVV 1990). Het onderbord geeft een nadere uitleg hiervan (artikel 67, eerste lid, onder a, van het RVV 1990). Daarmee is naar het oordeel van het hof aangegeven dat het met het bord E8 aangegeven verbod niet geldt op bepaalde tijden, te weten op maandag tot en met vrijdag van 6.30 uur tot 18.00 uur. Dit brengt mee dat het (alleen) op die dagen en uren voor alle voertuigen is toegestaan ter plaatse te parkeren. Een andere uitleg -zoals de betrokkene en zijn echtgenote voorstaan- kan hieraan naar het oordeel van het hof niet worden gegeven. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de betrokkene niet bestrijdt dat hij voormeld voertuig op voormelde tijd ter plaatse heeft geparkeerd, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

6. Het hof ziet in hetgeen door de betrokkene is aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat er omstandigheden zijn die meebrengen dat het opleggen van een sanctie niet billijk is dan wel matiging daarvan gerechtvaardigd is. Het hof heeft er wel begrip voor dat het voor de betrokkene (en zijn echtgenote) niet meteen duidelijk was wat er met het bord, dat niet vaak voorkomt, in combinatie met het onderbord, was bedoeld, maar gelet op de hiervoor vermelde regelgeving is een andere conclusie dan die in overweging 5 is verwoord niet mogelijk. Het hof ziet daarom geen aanleiding voor het vermoeden dat dit voor de betrokkene (en zijn echtgenote) redelijkerwijs niet duidelijk kon zijn. Dat de parkeervakken ter plaatse zijn ingericht voor personenauto’s en dat er al auto’s stonden, leidt niet tot een ander oordeel. Gelet hierop dient de omstandigheid dat de betrokkene tot een andere interpretatie van het bord kwam voor zijn eigen rekening en risico te blijven.

7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

  • bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *