ECLI:NL:CRVB:2009:BI8287

De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM vangt aan op het moment dat er een standpunt van het bestuursorgaan ligt, waarvan duidelijk is dat de betrokkene dit wil aanvechten. Doorgaans zal dit zijn op het moment waarop een bezwaarschrift wordt ingediend. De Raad ziet geen aanleiding in dit geval van dit uitgangspunt af te wijken. Weliswaar is de onderhavige procedure in het kader van de ZW beïnvloed door de WAO-procedure, maar het betreft toch afzonderlijke procedures ten aanzien van verschillende wetten en betrekking hebbend op andere tijdvakken. Op grond van de rechtspraak van het EHRM vereist de behandeling van – onder andere – socialezekerheidszaken bijzondere aandacht. Doorgaans zal geen sprake zijn van een overschrijding van de redelijke termijn, indien de fase van bezwaar en beroep gezamenlijk niet langer dan twee jaar heeft geduurd. De Raad ziet in het voorliggende geval geen aanleiding van deze termijn af te wijken.

“ECLI:NL:CRVB:2009:BI8287” verder lezen