ECLI:NL:RVS:2005:AT5682

Het koetshuis vormt een functionele eenheid met en is ondergeschikt aan de woning. Daarom dient het koetshuis aangemerkt te worden als een bijgebouw. Het koetshuis staat voor een klein deel achter de woning en verder geheel achter de woning. De voorgevel van de woning is de gevel gelegen aan de ontsluitingsweg aan de zijde van de woningen, omdat dit de naar de weg gekeerde gevel van de woning is. Parallel aan de voorgevel van de woningen bevindt de in geding zijnde dakkapel zich aan de voorgevel van het koetshuis. De dakkapel is derhalve gebouwd op het voordakvlak van het bijgebouw. Plaatsing van de dakkapel komt niet voor vrijstelling in aanmerking en er bestaat derhalve geen concreet uitzicht op legalisatie. De rechtbank is op goede gronden tot het oordeel gekomen dat het college de dakkapel terecht niet heeft aangemerkt als een bouwvergunningsvrij bouwwerk.

“ECLI:NL:RVS:2005:AT5682” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2004:AP3399

Appellant heeft in zijn bezwaarschrift tegen het besluit van 18 juli 2002 om vergoeding van zijn proceskosten in de voorprocedure verzocht. Derhalve kan niet worden staande gehouden dat appellant geen belang heeft bij het verkrijgen van een oordeel op zijn bezwaar. De burgemeester heeft bij de bestreden beslissing op bezwaar derhalve het bezwaar van appellant ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en heeft voorts, in strijd met artikel 7:15 van de Awb, nagelaten te beoordelen of het verzoek om vergoeding van proceskosten voor inwilliging in aanmerking komt. De rechtbank heeft het beroep op dit punt dan ook ten onrechte ongegrond verklaard.

“ECLI:NL:RVS:2004:AP3399” verder lezen