ECLI:NL:RVS:2011:BP3711

Bij besluit van 16 december 2009 heeft het college een verzoek van [appellanten] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot een schapen- en rundveehouderij aan de Vissersweg (ongenummerd) te Appeltern, afgewezen.
Indien het bestuursorgaan prematuur in gebreke is gesteld en het vervolgens de verschuldigdheid van een dwangsom afwijst, is die afwijzing een besluit.

“ECLI:NL:RVS:2011:BP3711” verder lezen

ECLI:NL:RVS:2011:BP3701

Uitgaande van een forfaitair tarief van € 500,00 per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond bedraagt het toe te kennen bedrag aan schadevergoeding € 4000,00. De Afdeling heeft evenwel in de omstandigheid dat zij gezamenlijk beroepen hebben ingesteld, tegen andere besluiten en het bestreden besluit, aanleiding gezien dit bedrag te matigen met 90%, opdat het totaalbedrag van € 4000,00 in gelijke delen over hen wordt verdeeld. Deze matiging acht de Afdeling redelijk vanwege de matigende invloed die het instellen van gezamenlijke beroepen in het voorliggende geval heeft gehad op de mate van stress, ongemak en onzekerheid die deze appellanten hebben ondervonden vanwege de te lang durende procedure. Door gezamenlijk beroepen in te stellen hebben zij de voor- en nadelen van het voeren van deze procedure kunnen delen. Het feit dat een aantal klagers samen een procedure voert kan een dermate matigende invloed hebben op de mate van stress, ongemak en onzekerheid.

“ECLI:NL:RVS:2011:BP3701” verder lezen

ECLI:NL:HR:2010:BO1802

Formele rechtskracht dwangsombeschikking. Verzet tegen door de Staat uitgevaardigd dwangbevel. Naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, dient de rechter ervan uit te gaan dat de dwangsombeschikking zowel wat haar inhoud als haar wijze van tot stand komen betreft met de desbetreffende wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen in overeenstemming is. Beroep op art. 6 EVRM stuit daar op af. Oordeel hof dat aan onderhavige beschikking formele rechtskracht toekomt en dat daaraan niet afdoet dat in een latere bestuursrechtelijke procedure een ander besluit is vernietigd op grond van gebreken die ook aan de onderhavige beschikking zouden kleven, is juist. Vrijheid verzetrechter de last tot een concreet omschreven prestatie naar doel en strekking ervan uit te leggen (HR 8 november 2002, nr. C01/111, LJN AE8216, NJ 2002/613).

“ECLI:NL:HR:2010:BO1802” verder lezen