ECLI:NL:RBGEL:2013:1011

Gemeente heeft bij de aanvraag tot bijzondere bijstand de bewindvoerder verzocht een machtiging te verstrekken. De bewindvoerder heeft verwezen naar de genoemde beschikking van de kantonrechter. Omdat geen machtiging is overgelegd, heeft de gemeente de aanvraag buiten behandeling gesteld. Namens verzoeker (rechthebbende) is aangevoerd dat de bewindvoerder op grond van artikel 1:441, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) de rechthebbende in en buiten rechte vertegenwoordigt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker, nu zijn goederen onder bewind zijn gesteld, onbekwaam is om in rechte te staan, zodat hij bij het verzoek wordt vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder. Het verzoek is daarom ontvankelijk.

Lees “ECLI:NL:RBGEL:2013:1011” verder