ECLI:NL:CRVB:2009:BK3342

Met betrekking tot het verzoek tot vergoeding van schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn overweegt de Raad dat de redelijke termijn in een procedure als deze in beginsel niet is overschreden als de procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar in beslag heeft genomen. Het verzoek tot schadevergoeding betreft de door appellant geleden schade in de procedure over de korting op zijn AOW. De Raad deelt niet het standpunt van appellant dat bij de beoordeling van dit verzoek de onderhavige procedure in aanmerking moet worden genomen. De Raad is van oordeel dat er sprake is van twee te onderscheiden procedures en dat per procedure afzonderlijk dient te worden beoordeeld of sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. Vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift van appellant in de eerste procedure totdat die procedure is geëindigd, zijn nog geen vier jaar verlopen. Van een overschrijding van de redelijke termijn is derhalve geen sprake.

“ECLI:NL:CRVB:2009:BK3342” verder lezen

ECLI:NL:CRVB:2004:AP0537

Toeslag op het ouderdomspensioen ingevolge de AOW komt te vervallen met ingang van de maand dat partner 65 wordt. De rechtbank heeft het bestreden besluit in stand gelaten, maar heeft in haar uitspraak overwogen dat gedaagde, alvorens op het bezwaarschrift te beslissen, appellant ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord over de overschrijding van de bezwaartermijn. Ingevolge artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is gedaagde gehouden belanghebbende in de gelegenheid te stellen te worden gehoord
De Raad acht het echter, evenals de rechtbank, onjuist dat gedaagde nagelaten heeft appellant te vragen naar de reden van de termijnoverschrijding zoals bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. De Raad verbindt hieraan in tegenstelling tot de rechtbank het gevolg dat het bestreden besluit op die grond dient te worden vernietigd.

“ECLI:NL:CRVB:2004:AP0537” verder lezen